Nog geen reactie op 2e brief van Oostendse Cultuurraad

De Cultuurraad van Oostende heeft op 6 maart in een tweede schrijven aan het Stadsbestuur van Oostende haar blijvende bezorgdheid en bekommernis geuit inzake de plannen met de Vismijn. Eerder had de cultuurraad een brief gestuurd aan Burgemeester en Schepenen met de vraag om de sloopvergunning voor het portaalgebouw te herbekijken en de bescherming van het grote gebouw als onroerend erfgoed aan te overwegen. De reactie die de Cultuurraad ontving van schepen Bart Tommelein kan het adviesorgaan, waarin 65 culturele verenigingen uit Oostende vertegenwoordigd zijn, niet overtuigen. De Raad vraagt duidelijke informatie omtrent de "selectieve sloop" en hoe bepaalde "erfgoedelementen" zullen geïntegreerd worden. De huidige aanpak van de Haringhal stemt de Cultuurraad allerminst gerust. Integendeel, een sloop zonder zicht op wat er in de plaats zal komen kan niet voor de raad. De Cultuurraad benadrukt dat de toekomst van de visserij haar nauw ter harte gaat en erfgoed en vernieuwing samen kunnen gaan en een meerwaarde opleveren. Tot heden is er op deze brief nog niet gereageerd vanuit het College.

 

Oostende 6 maart 2014

 

Betreft Vismijn Oostende

 

Geachte heer Burgemeester Geachte dames en heren Schepenen,

 

Wij hebben uw antwoord d.d. 13 februari 2014 aangaande de Vismijn goed ontangen.
Uw reactie en argumentatie komt helaas niet tegemoet aan onze bezorgdheid en bekommernis. Het is ons niet duidelijk wat u bedoelt met "selectieve sloop" en het integreren van belangrijke erfgoedelementen in de nieuwbouw". Tevens stelt u het ons inziens verkeerd voor alsof wij zouden opteren voor "een afbraakstop waardoor elk behoud of uitbreiding van visserijactiviteiten en tewerkstelling de facto onmogelijk wordt".
U benadert in uw brief de site als geheel, terwijl wij er net voor opteren om de site op te delen in de diverse elementen, waarbij het grote gebouw ten noorden van het Sprotkot behouden zou blijven, rekening houdend met het advies van het Agentschap voor Onroerend Erfgoed en de hoge locuswaarde van het Actieplan Bouwkundig Erfgoed.
Wij delen met u de wens tot behoud en mogelijke uitbreiding van de visserijactiviteiten en de tewerkstelling en dit middels een nieuwe vismiijn op het zuidelijk gedeelte van het schiereiland en het creëren van een meerwaarde op de site door het complementair behoud van authenticiteit aan deze nieuwe vismijn.


Onze bekommernis wordt versterkt, wanneer wij in de media vernemen dat de sloop van de Haringhal al is gestart. zonder dat de nieuwe bestemming duidelijk is. Wij citeren de directeur van de VLV zelf uit een artikel van De Redactie(1):
"Op 3 maart start de sloop en inmiddels vragen we een bouwvergunning aan voor nieuwe loodsen, aldus Johan Van De Steene, algemeen directeur van de Vlaamse Visveiling. De grootte van de investeringskost hangt af van de van bedrijven en watergebonden activiteiten. Er is zeker voldoende interesse, zowel vanuit de visserij die terug aanzwengelt, maar ook vanuit de offshore sector. De onderhandelingen lopen nog, aldus Van De Steene.

(1) bron: De Redactie.be • http://bit.ly.1jVnRtZ


Wij begrijpen hieruit dat deze sloop gebeurt zonder concrete bouwplannen en bedoeld is voor "loodsen" die niet enkel voor de visserij bestemd zijn, maar ook de mogelijkheid tot inname door offshore activiteiten voorzien en afhankelijk gemaakt worden van "mogelijke interesse". Het ontsnapt ons op dit ogenblik ook elke architecturale meerwaarde voor de site.

Het lijkt ons in dit dossier toch belangrijk dat er duidelijke bouwplannen en voorstellen op tafel liggen, vooraleer er zou mogen gestart worden met afbreken. Dit geldt ons inziens zeker voor het noordelijk gedeelte van het huidig vismijncomplex.
Graag hadden wij dan verder van u vernomen wat u precies verstaat onder "selectieve sloop" en "integratie van belangrijke erfgoedelementen" en hoe dit concrete invulling zal krijgen. Wij vragen u bovendien bij herhaling om wat betreft het vermelde gebouw op de noordelijke kant van de site het advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed en de Commissie A.be te volgen.

Hopend dat u onze vrees voor een onherroepelijk verlies van belangrijk erfgoed ter harte neemt, rekening houdt met onze bekommernis omtrent de visserijactiviteiten in Oostende en ons de gevraagde informatie wilt bezorgen,


verblijven wij,

Met de meeste hoogachting


 

 

 

1e brief van 3 februari 2014

 

 

Geachte heer Burgemeester, Geachte dames en heren Schepenen,

Bij deze wensen wij u onze bezorgdheid en bekommernis mede te delen in verband met de mogelijke sloop van de vismijngebouwen. Daarbij sluiten we ons volledig aan bij het standpunt en het advies van het Agentschap voor Onroerend Erfgoed, welke wij hierbij citeren:


"Bij het dossier is geen motivatie gevoegd aangaande het doel van deze sloop: in de nota wordt vermeld dat de vrijgekomen terreinen worden voorzien om braakliggend te zijn, doch deze ingreep wordt niet gekaderd in een totaalvisie op deze site. Van het volledige gebouwencomplex van de oude vismijn dienen de erfgoedwaarden te worden onderzocht en deze dienen te worden afgetoetst aan de toekomstige visie op de site. Wij laten niet toe om erfgoed te slopen zonder zekerheid op een nieuwe, kwaliteitsvolle invulling. Zolang er geen compleet masterplan wordt opgemaakt, zullen wij dan ook, los van de erfgoedwaarde van de verschillende vleugels waarvoor thans een sloopaanvraag is ingediend, ongunstig advies verlenen, temeer daar aan het Vismijncomplex door het Actieplan Bouwkundig Erfgoed de hoge locuswaarde toegekend, wat op zijn minst impliceert dat de erfgoedwaarden moeten worden onderzocht. Tot op heden menen wij dat dit goed voldoende erfgoedwaarde bezit om te denken in termen van behoud en renovatie in plaats van afbraak. Door de sloop zou een deel van het bouwkundig erfgoed van uw gemeente onherroepelijk verloren gaan."

Boven op de vermelde erfgoedwaarde, liggen de vismijn en de site, de Oostendenaars nauw aan het hart en maken ze deel uit van het collectief geheugen van onze stad. Het behoud van het gebouwencomplex ten noorden van het zogenaamde "Sprotkot" (de gebouwen met het geaccentueerde, brede poorttravee met geblokte pilasters en hoge borstwering waarin reliëf met viskaaitaferelen naar ontwerp van A. Michiels) staat naar onze mening de bouw van een hedendaagse cluster van vismijn, -veiling, -distributie en -verwerking te zuiden hiervan (de site van de Haringhal) niet in de weg.

Behoud en herbestemming van de authentieke landschapsbepalende gebouwen op het noordelijk deel van het schiereiland, gepaard met een ontwerp van hedendaagse hoogstaande architectuur, op de zuidelijk gelegen site kan een meerwaarde realiseren op het vlak van de verdere ontwikkeling van de visserij in Oostende. Dergelijke combinatie kan de toeristisch-economische troef van de site versterken.
Een sloop zonder duidelijk alternatief, voor welk deel van de site ook, lijkt ons uit den boze en dreigt op die manier erfgoed zinloos verloren te laten gaan.

Wij vragen u dan ook uitdrukkelijk zelfs de sloop van een beperkt deel van het gebouwencomplex slecht effectief te laten plaatsgrijpen op basis van een concreet bouw- en bestemmingsplan. Wij vragen u de sloopvergunning wat betreft het vermelde gebouw te herbekijken, de mogelijkheid van erkenning als erfgoed te overwegen en via renovatie van de gebouwen, samen met een aan de huidige normen aangepaste vismijn ten zuiden van het "Sprotkot" te overwegen.
Uit dergelijke combinatie kan een origineel en authentiek concept geboren worden: een meerwaarde voor Oostende en de Oostendenaars.
Hopend dat u onze bekommernis ter harte neemt en rekening houdt met ons advies ter zake.

Met vriendelijke groeten,