Creosoteerwerf Oostende - Historiek

Oostende verliest - nog maar eens - een belangrijk stuk van haar geschiedenis. Het havenbestuur liet samen met enkele andere geldjoden de bescherming van de creosoteerwerf als monument en als dorpsgezicht vernietigen. Dit gebeurde in oktober 2013, en nu is de tijd rijp om de gebouwen effectief van de kaart te vegen. Roland Vancraeynest beschreef de historiek van de Oostendse creosoteerwerf in een uitgave van De Plate uit 1999. Wij reconstrueerden dit document, je kunt het hier downloaden.

 

 

Ironisch genoeg staat op de website van de stad Oostende nog steeds gepubliceerd:

CREOSOTEERWERF OOSTENDE

adres: Oudenburgsesteenweg 87

Creosoteren is het behandelen van hout met het steenkool-derivaat creosootolie tegen houtworm en houtrot waardoor de levensduur van het hout aanzienlijk verlengd wordt. De creosoteerwerf is één van de oudste en best bewaarde  getuigenissen van de industriële havenactiviteiten in Oostende. De werf werd rond 1900 opgericht om telefoonpalen, dwarsliggers voor tram- en spoorlijnen, palen voor de hoppeteelt en weideafsluitingen te behandelen. De exploitatie van de werf werd via aanbesteding toevertrouwd aan particuliere bedrijven.  Door de teruglopende vraag vielen de activiteiten gestaag terug en in 1984 volledig stil.

Bron: Jean-Marie THEUNINCK & Claudia VERMAUT. Oostende, stad in zicht. Beelden en verhalen uit een stad aan zee. Oostende (Stadsbestuur), 2001.

Beschermd monument: 10 november 1995 

Uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed:

* Oudenburgsesteenweg nr. 87. Voormalige "Creosoteerwerf van Belgacom", beschermd als monument en de omgeving als dorpsgezicht bij M.B. van 10.11.1995. Site ingesloten tussen de spoorlijn Gent-Oostende (ten zuiden) en het kanaal Plassendale-Oostende (ten noorden).

Historiek.

Teruggaand op werf in het Oostendse havengebied, mogelijk ontstaan onder de Engelse concessieperiode van de spoorwegen (1845-1852) om dwarsliggers te teren met creosoot en ca. 1870 overgenomen door de Belgische staat. In het gedrang gekomen ten gevolge van nieuwe haven- en kanaaluitbreidingen, werd de werf in 1908-1909 oostwaarts verplaatst langs e.g. kanaal op grondgebied Zandvoorde (reeds aangeduid op de in 1911 herziene kaart van het Militair Cartografisch Instituut). Daar dit kanaal nooit werd uitgediept konden zeeschepen de nieuwe werf niet bereiken en moest men het uit Duitsland en de Scandinavische landen aangevoerde hout in de haven van Oostende overladen op treinwagons en aanvoeren via een aftakking van de spoorlijn Gent-Oostende. Tijdens de Eerste Wereldoorlog beschadiging van het hoofdgebouw en vernietiging van de pompinstallatie; in de jaren 1920 heropbouw en bloeiperiode ten gevolge van leveringen voor herstel van het spoorwegnet. De vijfjaarlijks uitgeschreven aanbesteding voor de uitbating van de werf werd van 1923 tot 1984 ononderbroken toegekend aan de "NV Chantier de Creosotage d'Ostende S.A." (dochteronderneming van de "Zeelse houthandel"). Vanaf 1948 enkel nog behandeling van telefoonpalen; achteruitgang van de productie ten gevolge van een verminderd gebruik van houten telefoonpalen vanaf de jaren 1950-1960. Ontbinding van de "N.V. Creosoteerwerven" in 1987. Bescherming als monument en dorpsgezicht in 1995 omwille van de industrieel-archeologische waarde. Probleem van herbestemming o.m. ten gevolge van historische vervuiling van het terrein.

Beschrijving.

Ruime rechthoekige werf met gebouwen vnl. uit de jaren 1920-1930 - vanaf de weg, fabrieksgebouw links en aan de straat gelegen conciërgerie rechts - en installaties in open lucht.

Klein driebeukig fabrieksgebouw onder zadeldaken (nok loodrecht op straat, mechanische pannen), met van links naar rechts hoger opgetrokken creosoteerzaal, machinekamer en kolenopslagplaats. Hersteld in de jaren 1920, cf. behoud van aantal muren. Rode baksteenbouw; puntgevels met typerende halfronde muurankers en aandaken. Rechthoekige muuropeningen onder ijzeren latei; bewaard houtwerk met kleine roedeverdeling. Markerende geringde bakstenen schoorsteen (vroeger van staal) aan de achterzijde.

Creosoteerzaal van twee geledingen met door middel van steunberen verstevigde blinde linkerzijgevel van acht traveeën; in de puntgevels brede poorten voor het treinspoor. Op de begane grond autoclaaf met ingebouwd spoor; erboven creosoottank op constructie van metalen I-profielen; zware kapconstructie. In de machinekamer o.m. Lancashire stoomketel van 1900.

De meest opvallende werfelementen zijn het spoornetwerk in dambordpatroon met op de kruispunten draaiplateaus en het 'winchhuisje' om de wagentjes door middel van kabels aan te trekken. Creosoottanks uit de jaren 1960.

Kantoorgebouwtje van de RTT uit de jaren 1970.

Conciërgewoning uit de jaren 1930; voortuintje afgezet door middel van bakstenen postamenten en laag muurtje. Dubbelhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder pannen schilddak (nok evenwijdig met straat). Gele baksteenbouw met decoratieve strekse metselverbanden. Middenrisaliet met deur onder betonnen luifel. Brede rechthoekige muuropeningen, bewaard houtwerk.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten & Landschappen, Archief nr. 9.
Heyse S. (Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie), Creosoteerwerf RTT-Belgacom, s.n., s.d. (niet gepubliceerde tekst)
Vancraynest R., De Oostendse creosoteerwerf, in De Plate, februari 1999, p. 31-45.