OOSTENDE : CLOUD COUCKE LAND

 

Nergens anders in Vlaanderen wordt de ontwaarding van de politieke macht onder de heerschappij van het immo-kapitalisme zo openlijk tentoongespreid als op de Oostendse Oosteroever. Onder het mom van een ‘duurzame stadsontwikkeling’ keert men hier terug naar de genadeloze bouwwoede van de jaren zestig en zeventig. Vanuit dezelfde typische kleinburgerlijke mentaliteit van toen wordt momenteel een volledig havengebied prijsgegeven om een zogenaamd Dubai-effect uit te lokken aan de hand van autistisch aandoende luxeappartementen. Een levenloze buitenwijk gebouwd voor mensen die enkel geïnteresseerd zijn in de zee als decor.

 

Groot nieuws ! Groep Desimpel heeft na een lange “strijd” eindelijk de handen vrij om het Hotel du Louvre met de grond gelijk te maken. Het kostbare Belle Epoque gebouw valt niet meer te redden wegens vergevorderde verkrotting. Sinds de verkoop van het pand aan bouwpromotor Desimpel werd de leegstand en de verwaarlozing in alle stilte toegelaten.

Of men nu voorstander of tegenstander is voor het behouden van belangrijk erfgoed, vrij vlug ontdekt de deskundige burger één thematische constante in het stedelijk beleid. Steeds komt de stad Oostende tevoorschijn als een complex, ondoorzichtig en wanordelijk kluwen van regelgeving en wetten die ofwel niet bestaan, ofwel dermate vergezocht zijn dat niemand er zich aan houdt. Het lijkt erop dat deze stad enkel bij monde van krakende scheten wordt bestuurd. Flagrante bouwovertredingen en bewust gebrekkig gehouden voorschriften op gebied van ruimtelijke ordening genieten een reputatie die tot ver buiten de ‘Koningin der Badsteden’ reikt. Naast de politiek lijkt de immobiliën de sector waar deze chaotische eigenschap het letterlijkst zichtbaar is.

Nergens anders in Vlaanderen wordt de ontwaarding van de politieke macht onder de heerschappij van het immo-kapitalisme zo openlijk tentoongespreid als op de Oostendse Oosteroever. Onder het mom van een ‘duurzame stadsontwikkeling’ keert men hier terug naar de genadeloze bouwwoede van de jaren zestig en zeventig. Vanuit dezelfde typische kleinburgerlijke mentaliteit van toen wordt momenteel een volledig havengebied prijsgegeven om een zogenaamd Dubai-effect uit te lokken aan de hand van autistisch aandoende luxeappartementen. Een levenloze buitenwijk gebouwd voor mensen die enkel geïnteresseerd zijn in de zee als decor. Wat het verlicht despotisme van “de residentie aan zee” in de jaren zestig voortgebracht heeft, is nochtans dagelijks overduidelijk zichtbaar binnen de verwarrende aanblik van de stad. De ganse stad is volgebouwd met foeilelijke appartementen die men ‘residenties’ noemt. Het historische resultaat van een stedelijk beleid gevoerd vanuit immo-belangen met als gevolg een grote stadsvlucht en een zwak democratisch draagvlak in de stad.

De enige manier om deze al hopeloze stad te redden van deze ‘schoonheid der wanstaltigheid’ zou het wegnemen zijn van gebouwen, niet het neerzetten van meer van hetzelfde. En natuurlijk doet men juist het laatste. Daar waar het kosmopolitisch betoog van de immo-boys het volst klinkt, moet men echter ook het tekort lokaliseren dat erin wordt bezworen. De losgeslagen architectuur van dit nieuwe ‘Dubai aan de Noordzee’ versterkt de lokale verankering op de Oosteroever niet. Investeren in intelligente stadsvernieuwing impliceert immers investeren in sociale cohesie en in de bestaande verankerde economieën. Het is overduidelijk dat verdere verscheuring de toekomst hypothekeert van de natuurlijke evolutie van de bestaande maritiem gebonden economische componenten. Intussen is het voor iedereen duidelijk dat de sfeer van dit kosmopolitisme en het bijhorend gebrek aan aanpassingsvermogen, niets meer is dan een dun laagje schmink dat dient om de belangenvermenging van de immobiliën met de lokale politiek te verbergen.

Wat stuwt deze merkwaardige vernieuwingsdrang van mossel-noch-vis? Wie dirigeert deze banale show, wie maakt de echte belangrijke besluiten en wie bepaalt hoe de rest van ons gaat wonen? Deze vraag kan echter niet worden beantwoord, tenzij we eerst de bronnen van de macht in deze hopeloze stad proberen te vinden. Zonder een idee van wat deze zijn, verliezen wij ons al vrij snel in een mist van verwarring en tegenstrijdige indrukken.

Een stad als Oostende heeft natuurlijk vele vaders: projectontwikkelaars, multinationals, financiële holdings, de Europese Commissie etc. Op het eerste zicht is daar helemaal niets mis mee. Toch zitten er rare kantjes aan de link tussen de stad Oostende en zijn verwekkers. Zodanig zelfs dat we momenteel in Oostende volop getuige zijn van de ontwaarding van de politieke macht. Het is geen geheim dat de internationale groep VINCI-CFE/MBG-DEME zowat de gehele stad koloniseert. Investeringsgroepen achter VINCI-CFE/MBG-DEME anticiperen op de enorme schuldenlast van de stad. Zo oefenen zij lustig druk uit op de politiek. Meestal is het niet eens echt nodig om te dreigen of om lobbywerk te doen, vaak hebben zij hun eigen mannetjes in de politiek. Twee keer raden wie de buikspreekpop van VINCI-CFE/MBG-DEME kan zijn in Oostende.


Stad Oostende zit opgescheept met een gigantische schuldenlast. Deze som is van een zodanige omvang dat de onmiddellijke beschikbare geldmiddelen van de stad dreigen op te raken. De uitgaande geldstroom is groter dan de binnenkomende geldstroom en dus krijgt Oostende het steeds moeilijker om aan haar lopende betalingsverplichtingen te voldoen. De hoogste tijd om het gezonde boerenverstand boven te halen denkt men dan. Gezonde steden zijn tenslotte het logisch gevolg van goed bestuur en slimme keuzes. Dat de definitie van gezond boerenverstand in Oostende nogal eens van betekenis kan verschillen heeft burgemeester Jean Vandecasteele reeds uitvoerig bewezen in volle Dexiacrisis. In 2001 werd deze goedlachse burgervader bestuurslid van de Gemeentelijke Holding en trad hij later toe tot het Auditcomité. Voor een jaarlijkse extra vergoeding van zo’n kleine 28.750 euro werd hij verondersteld een oogje in het zeil te houden. Wat opvalt is dat deze ‘rode steunpilaar’ in volle Dexiacrisis nog eens prompt voor een bedrag van 3.722.322. euro aan preferente A-aandelen aankocht. Wellicht gebeurde dit onder de zachte dwang van de financiële deskundigen van Dexia. Waar dat geld vandaag naar toe is, geen kat die het weet. Dat is ook niet echt belangrijk, want in de politieke logica van Jean Vandecasteele legt het eigen electoraal belang op wat men als belangrijk beschouwt en wat niet. De machtswellust is nu eenmaal per definitie allergisch voor redelijke argumentatie. En dat is nog maar één van de vele rode olifanten die in Oostende ronddwalen die de burger niet hoort te zien.

De stad wordt er immers steeds ‘mooier’ en ‘beter’ op en volgens marketinggoeroe Mark Coucke blijft het nog steeds opportuun om duurzaam te beleggen in het ‘Dubai aan de Noordzee.’ In Oostende is het begrip ‘duurzaam’ echter een soort van toverformule geworden die te pas en te onpas wordt gebruikt. Het een stijlfiguur waarmee iets mooier wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is. Net zoals creatief omspringen met de belastingwetgeving eigenlijk belastingen ontduiken is, betekent het woord ‘duurzaam’ in Oostende niets meer dan “take the money and run”. Het is hetzelfde speculatieve kortetermijndenken als vóór de Eurocrisis. Sommigen dachten dat de schok van de bankencrisis dingen zou veranderen. Dat was naïef. De banken zijn nog steeds ‘too big to fail’ en het speculeren is nog even aanlokkelijk als te voren. Het is deze sfeer van ‘les copains d’abord et après nous les mouches’ die nog steeds overduidelijk aanwezig is binnen alle beslissingsniveaus in Oostende. Men hoort er bij of men hoort er niet bij!

Het perverse aan het populisme van een Mark Coucke ligt natuurlijk niet in de inhoud van zijn financiële strategie. Neen, het openbaart zich vooral in de houding die hij tegenover zijn eigen strategie inneemt. Zijn attitude is er één van cynische afstandelijkheid en dus van instrumentalisering. Zo moet de recente investering van Mark Coucke in bouwgroep Versluys een ‘flink pak jobs’ opleveren. Dat zijn jobs die zich vooral situeren in de onderaanneming. Of deze belofte op een aanvaardbare sociale veronderstelling stoelt, is maar de vraag. Dat de constructie van onderaanneming voor een naar winstmaximalisatie strevende marketeer als Mark Coucke in het huidige anti-sociale Europa zeer lucratief kan zijn is een feit. Evenzeer zoals in de transportsector bestaat er in de bouwsector zo iets als kannibalisme, onder meer van banen. Aannemers in België doen steeds meer beroep op buitenlandse onderaannemers die hun landgenoten in België importeren en hen Belgische minimumlonen betalen die nog altijd veel attractiever zijn dan wat die arbeiders uit het Oostblok in eigen land zouden verdienen. Dat is uiteraard niet de fout van Mark Coucke. Maar men moet echt geen haan zijn die eieren kan leggen om in te zien dat bouwgroep Versluys het gebrek aan constructieve maatregelen in de bouwsector in haar voordeel zal laten uitspelen.

We onthouden hierbij dat het woord “job” voor Marc Coucke vooral een emotionele ontlading is, dit in tegenstelling tot de logica van zijn eigen systeem. Verblind door het schreeuwerig licht van deze Vlaamse ‘self-made’ man, zien niet veel Oostendenaren in dat de bouwgroep Versluys in werkelijkheid in opdracht werkt voor de internationale groep VINCI-CFE/MBG. VINCI is het moederbedrijf van CFE en het is op haar beurt dochteronderneming MBG die een tijdelijke handelsvereniging afgesloten heeft met het plaatselijk bouwbedrijf Versluys. Het is in dat daglicht dat de miljoenen investering van Mark Coucke in de bouwgroep Versluys vooral een welgekomen zaak is voor huisvriend Bart Versluys. We gaan niet zo ver om te beweren dat Mark Coucke zijn beste kameraad voor een tweede keer van de dood gered zou hebben, maar de kapitaalinjectie van Coucke in de bouwgroep Versluys heeft deze wel stukken solider gemaakt tegenover opdrachtgever VINCI-CFE. Zeker nu concurrent Sleuyter zijn prijs doet dalen om de lippen boven water te kunnen houden.

Dat het al een hele tijd niet zo goed gaat met de verkoop aan zee, bewijst evengoed de duur van de realisatie van het woonproject MILHO op de nabij gelegen terreinen van het voormalig militair hospitaal. Gestart in 2001 is men vandaag anno 2015 nog altijd bezig met de laatste fase. Intussen nemen de letters “TE KOOP” voor de ramen van de onbezette appartementen in omvang toe. De haast dagelijkse hysterische profilering van Mark Coucke in de Vlaamse media kan mogelijks als een belangrijke symptoom van deze sputterende verkoop gezien worden. Iedere Belg weet dat een verkoopstrategie een vorm van religie is, in de zin dat het gebaseerd is op vertrouwen. Zelfs als de markt puur economisch gesproken problematisch of zelfs ronduit catastrofaal zou zijn, dan nog zou deze verkoop kunnen blijven werken op de aura van een Mark Coucke. Als marketingstrateeg kent hij de irrationele werking van de markt als geen ander. Waar het om gaat is vertrouwen scheppen. Mark Coucke is een succesvolle ‘self-made’ man van bij ons, koop bij hem en je wordt automatisch ook succesvol! Dat is de subliminale boodschap van Coucke binnen een overaanbod aan nieuwbouw appartementen aan zee en een sputterende economie.

Intussen komen op de Oostende Oosteroever de werkelijke problemen van de financiële crisis keihard naar boven. Daarbij wordt het meer en meer duidelijk dat noch de markt, noch de staat en noch Mark Coucke daar een echte oplossing voor hebben. Samen met de tirannie van het immo-kapitalisme duikt er in Vlaanderen een nieuw fenomeen op dat zich snel verspreid. Het is een vorm van kapitalisme die niet langer vanuit de geest om democratie vraagt, maar beter werkt vanuit een autoritaire structuur. Het maakt het idee dat een kleine elite vanuit haar centraal gezag vlugger tot het uitvoeren van beleid kan komen aanlokkelijk. Het is het idee dat je de schuldencrisis in Europa alleen kan aanpakken binnen een autoritaire structuur zonder de eindeloze democratische principes. Het probleem hierbij is wederom de instrumentalisering. Kunnen we ondemocratisch verkozen geldschieters vertrouwen wanneer het gaat om het voeren van consequent beleid?

Het antwoord op deze vraag is duidelijk zichtbaar op de Oostendse Oosteroever. Het nieuwe ‘Dubai aan de Noordzee’ wordt gebouwd door een regime, daar bestaat geen twijfel over. Opvallend hierbij is dat diegenen die ons zouden moeten vertegenwoordigen zichzelf ongegeneerd portreteren als niet langer aansprakelijk. Zij beweren steevast te handelen ten dienste van een macht die hoger is dan die van het volk en zijn vertegenwoordigers. In plaats van een politiek die gekenmerkt wordt door het principe van volkssoevereiniteit, zien we hier in het kielzog van de fincanciële speculatie de natte droom van de vroeger staatssocialisten weer opduiken: het totalitarisme. In werkelijkheid betekent het de dood van de democratische politiek.

Kenmerkend hierbij is dat in de samenleving niet langer open voor alternatieve interpretaties gedacht wordt, maar dat ze wordt gezien wordt als een complex systeem dat beantwoord aan wetmatigheden die enkel voor een selecte groep van superieure vertrouwelingen bevattelijk zijn en gestuurd worden. Het is de politieke variant van het bonussysteem dat in de bankensector voor ravages heeft gezorgd. De hamvraag voor ons hierbij is de volgende: hoe kunnen we de neoliberale marktwerking uit de politiek weren en het goede van het ondernemen behouden? Beangstigend hierbij is niet de machteloosheid die we als burger ervaren, maar de schijnbare almacht van een figuur als Johan Vande Lanotte. Voor hem blijft er maar één dominant discours meer over, met name het: “Je veux le bien des autres à l’image du mien”. Volgens zijn socialisme leven we in een neoliberale samenleving waarbij iedere vorm van bestaansrecht de gedaante van ordinaire handelswaar begint aan te nemen. Het is deze persoonlijke indoctrinatie van Vande Lanotte die voor goed de vernietiging van de concrete realiteit van de Oostendse Oosteroever heeft ingezet. Met één pseudo-democratische beweging heeft hij de veerkrachtige mensenruimte van de Oostendse Oosteroever zodanig vernietigd dat die voor de jongere generatie zelfs letterlijk niet meer denkbaar is.

Knipoog.