We herdenken Paster Pype x2

Op vrijdag 3 juni 2016 werd de officiële jaarlijkse herdenking gehouden voor Paster Pype. Aan zijn monument aan de Petrus en Pauluskerk, en op zijn graf op de naar hem genoemde begraafplaats aan de Nieuwpoortsesteenweg werden bloemen neergelegd. Wij willen echter bij deze gelegenheid ook het betreurde schip dat zijn naam droeg herdenken.
Op 10 Juli 2011 werd in alle stilte het schip 'Paster Pype' uit het Vuurtorendok weggesleept en naar de sloopwerf 'Van Heyghen' in Gent gebracht. Zo werd een beschermd monument, deel van ons maritiem erfgoed tot schroot herleid.. Een schrijnend voorbeeld hoe de stad Oostende en het Vlaams Gewest omgaan met varend erfgoed. Laat het ons toch maar een echte schande noemen.

Lees hier alles over Paster Pype, de mens en het schip:

 

Henricus Pype:‘Vader der visschers’
Eerste staatsaalmoezenier voor de Belgische Zeevisserij op 22/05/1886

 

Sociaal hervormer -wetenschapper

Geboren te Geluwe op 13/01/1854

Priester gewijd op 07/06/1879

Leraar aan het college te Nieuwpoort op 21/08/1879

Onderpastoor op de SS Petrus & Paulusparochie -Oostende 12/11/188

Stichter en directeur van de Vrije Visserijschool

Stichter van een kook- en naaischool voor vissersmeisjes

Stichter van " 't Zal wel gaan", de bond van verschillende Culturele en Sociale Werken voor de Belgische vissers

Lid van de Provinciale Commissie voor de Zeevisserij

Officier in de Leopoldsorde

Overleden te Oostende op 03/06/1926

In de geschiedenis van onze Belgische Zeevisserij treedt, onder de grote mannen die deze sector gekend heeft, ongetwijfeld de figuur van Paster Pype op de voorgrond. Welke plaats deze eenvoudige priester in de harten van de stoere vissers veroverd had, bleek duidelijk op de treurige dag van zijn ter aardebestelling. De deelneming was enorm. Uit alle lagen van de bevolking stroomden de eerbetuigingen toe.

Waaraan had deze schitterende persoonlijkheid die grootse hulde te danken? Aan zijn onbaatzuchtige echte liefde, de basis van zijn onvermoeid werken en streven?


We sprokkelen zijn levensverhaal bijeen:

Hendrik Frederik Pype werd op 12 januari 1854 te Geluwe geboren, op het zeer landelijk gelegen gehucht Terhand. De ouderlijke boerderij met 26 ha landbouwgrond lag in de Oude Ieperstraat, op de grensscheiding tussen Geluwe en Beselare. Hendrik was het tweede kind van landbouwer Carolus-Ludovicus Pype en Ursula Deltour.

Terhand kende in zijn kinderjaren een agrarische, armoedige bevolking. Wellicht kan dit meegespeeld hebben in zijn roeping. Toen hij 13 was trok hij van de gemeenteschool naar het College te Menen. Na toestemming van zijn ouders om voor priester te mogen leren werd hij ingeschreven op het Klein Seminarie te Roeselare, om er filosofie te studeren.

Na vier jaar theologische studies aan het Grootseminarie te Brugge werd hij op 7 juni 1879 tot priester gewijd. Op 21 augustus van datzelfde jaar benoemde de bisschop van Brugge hem tot leraar aan het College van Nieuwpoort. Of hij daar al eerste contacten legde met het vissersmilieu is niet meer te achterhalen.

Hij was aan de zee, maar nog niet op de juiste plaats, want op 12 november 1884 kwam hij naar Oostende als onderpastoor van Sint Petrus en Paulus. Het duurde echter niet lang of hij werd de vriend van de gehele vissersbevolking.

‘ s Morgens vroeg stond hij in de vismijn of op de kaai om het bezige volk gade te slaan. Na zijn kerkdienst ging hij naar de wijken waar de vissers woonden. Leunend over de halve deuren in hun lage woonst, praatte hij met de naarstige huisvrouw.

Zo leerde hij zijn volk kennen. Alles leerde hij van hen, hun noden, hun werk, hun hoedanigheden, hun fouten, hun godsdienst, hun gevaar en hun taal.

Hij zag hoe jongens van 12‑13 jaar, zonder enige voorbereiding op visvangst gingen. Voor hen was het de eerste keer, het grote avontuur waarvan zij droomden. Maar voor de ouderen, die daar langs de kaai als sukkelaars rondzwierven, was het avontuur voorbij.

Hij zag ook de verschrikkelijke armoede die onder deze bevolking heerste, alsook de schreeuwende misbruiken die ze te lijden hadden. Het gebeurde vaak dat zij een veertiental dagen in zee geweest waren, met een slechte vangst terugkeerden en geen cent kregen; tenzij de reder voor de slijtage van zijn schip en zijn voorzien deel voor het dekken van de kosten. De paaie (% van de opbrengst) van de vissers was soms onvoldoende om menswaardig te leven, laat staan een kroostrijk gezin te onderhouden.

Paster Pype was vol medelijden met die arme vissersgezinnen, en zijn troostende woorden werden steeds vergezeld door een mildgevende hand. Zo verliepen zijn eerste jaren als onderpastoor.

Wanneer E.H. Pype zijn benoeming als aalmoezenier ter zee kreeg, begon het varen op 22 mei 1886. Zijn taak bestond erin dienst te doen op één van de twee visserijwachtschepen: het stoomschip de "Ville d’Anvers", tijdens de winter (september – april), en de brikschoener "Ville d’Ostende" ‘s zomers.



Deze schepen doorkruisten de Noordzee in alle richtingen en moesten toezicht uitoefenen op de visserij. Ze hadden eveneens de opdracht de geschillen te beslechten, de vissers in nood bijstaan, en de zielzorg van de manschappen en de vissers te behartigen.

Nu pas kwam hij in zijn element en kon hij zijn grote energie ontplooien. Buiten zijn priesterwerk had hij een grote drang naar kennis. Hij begon met de studie van alles wat zeevaart en kennis van de zee aanging.

Stap voor stap leerde, zag en ondervond hij, zodat hij een flink bevaren zeeman werd. De rondborstige en goedhartige pastoor Pype werd door zijn gemoedelijk optreden spoedig de vriend van de voltallige bemanning van de wachtschepen en stilaan werd hij de vertrouwensman van de vissers.

Wanneer de gelegenheid zich voordeed liet hij zich in volle zee aan boord van de vissende sloepen roeien. “ 'k Bringen julder een bezoek", riep hij hen toe.

En hij sprak met hen, over hun werk, hun leven, hun geluk, hun verlangens. En die mannen voelden zich gelukkig en gesterkt. Dan kreeg hij een diepere kijk op de sociale toestand van deze harde werkers, voelde wat er ontbrak en verbeterd kon worden.

Om de maand kwam het wachtschip naar de thuishaven Oostende binnen, om na enkele dagen voor een nieuwe tocht te vertrekken. De aalmoezenier die aan wal stapte werd dan door zijn collega (e.h. Despot) vervangen, want ze waren met 2 en vaarden beurtelings.

Paster Pype had dan de gelegenheid om zich helemaal aan de vissersbevolking te wijden.

Toen de visaanlanding internationaal werd vrijgegeven kwamen veel Engelsen hier in Oostende hun vis mijnen. De grote aanvoer deed de prijzen zeer gevoelig dalen. Daartegen kwamen de vissers in opstand. Zo liep het badseizoen van 1887 stilaan ten einde, toen op 23 augustus onlusten uitbraken onder de vissers te Oostende. 2 Engelse schepen wilden hun vis lossen. De vissers, de gendarmen en de leden van de Burgerwacht geraakten slaags. De vissers waren onverschrokken en riepen: "Schiet, als ge durft, zondagse soldaten! " Ze ontblootten hun borst en daagden de Burgerwacht uit om te schieten... en het kwam tot schieten. Er vielen drie doden en meerdere gekwetsten. De staat van beleg werd aangekondigd. De Koning die te Oostende verbleef, verliet in allerijl de stad. "2 escaders van het 4e lanciers uit Doornik en 2 escaders van het 2e jagers te paard van Brugge" kwamen naar Oostende en een regiment soldaten werd geconsigneerd.

Toen de Engelse sloepen het beter vonden terug naar zee te gaan en hun vis in Engeland te verkopen, luwde de opstand. Maar de vissers weigerden in zee te gaan.

De man van daad was echter Paster Pype die al zijn talenten en gaven gebruikte om de vissers tot kalmte aan te manen en om de gemoederen te bedaren.

Bij de begrafenis van de neergeschoten vissers sprak Paster Pype een ontroerende lijkrede uit en hij ging dadelijk aan het werk om, in de schoot van een daartoe gesticht comité, de wezen van de slachtoffers te helpen.

In het jaar volgend op deze opstand stichtte Paster Pype de visserijschool die voortaan voor de opleiding van de vissersjongens zou zorgen. Dit zou het begin zijn van een leven gewijd aan de lotsverbetering, de sociale en zedelijke verheffing van zijn geliefde vissers.

Ook de vissersmeisjes werden niet vergeten.

In 1882 richtte hij voor de vissersmeisjes, met de hulp van de Zusters van de H. Vincentius, een kook- en naaischool op die tot een huishoudschool zou uitgroeien. De school was gevestigd in de Cirkelstraat 6 en droeg de naam "St.‑Germana", In hetzelfde jaar richtte hij een scheepvaartmuseum in, op de hoek van de Oosthelling van het Kursaal en van de Van Iseghemlaan.

Op 16 april 1893 werd de Sint Andreasschool geopend op het St. Petrus en Paulusplein, waar ook de visserijschool werd ondergebracht.

In 1894 stichtte Paster Pype met enkele van zijn naaste medewerkers de Vrije Vissersgilde"'t Zal wel gaan", waar de vissers konden verpozen bij pot en pijp, waar voordrachten, lessen, toneelavonden en zo meer gegeven werden, en waarvan "Menhère Herrie" telkens de luimige ziel was.

De ontwikkeling en verheffing van de vissersbevolking, niet alleen van Oostende, maar van heel de Vlaamse kust, bleef altijd het doel van Paster Pype. Zijn leven lang heeft hij de verbetering van de sociaal/maatschappelijke toestand van de zeelieden nagestreefd. Zo heeft hij vele verbeteringen van veiligheid voorgesteld in de schoot van de Provinciale Commissie voor de Zeevisserij. Stelselmatig werden die doorgevoerd ter verbetering van het zeevissersbedrijf.

Als een ernstige wetenschapsmens en technieker deed hij zich eveneens gelden.Hij doorkruiste de Noordzee van de Vlaamse kust tot IJsland, van Schotland tot Noorwegen en van Denemarken tot Engeland.

Hij bezocht de inrichting van de vreemde havens, bestudeerde de bouw van de vissersvaartuigen, hun gereedschap, de samenstelling en werkwijze van de netten, kortom, hij heeft heel het vissersbedrijf onderzocht, vergeleken en haalde er het beste uit ten voordele van de Vlaamse zeevissers.

In talloze peilingen onderzocht hij de zeebodem. Van duizenden vissen onderzocht hij de maaginhoud om daarmee iets van hun leefwijze te leren.

In aansluiting met het werk van Prof. Gilson heeft hij het plankton, de diatomeeën, bestudeerd, om de verplaatsing van deze uiterst kleine zeediertjes, en bijgevolg de verhuizing van de visscholen en vissoorten vast te stellen (dat alles ten bate van het productieapparaat).

In 1897 besloten Paster Pype en zijn trouwe medewerker luitenant Adolf Cuvelier een schoolschip voor de visserij uit te rusten.

In 1905 was Paster Pype naar Denemarken gereisd, had er de hulpmotor leren kennen en keerde terug met een scheepsmotor die hij in zijn school opstelde om er de jonge vissers vertrouwd te maken met de werking en het onderhoud ervan. (De petrolmotor van Paster Pype staat sinds oktober 1965 in het Scheepvaartmuseum van Antwerpen).

Paster Pype die zijn levenskrachten fel voelde dalen, wou nog een laatste reis maken. Hij vertrok uit Oostende met enkele vrienden per auto naar Lourdes.

Hij kwam echter ernstig ziek terug naar huis. Zijn reisgenoten hadden gevreesd dat hij niet meer levend in Oostende zou geraken. Toch haalde hij het, maar de ziekte had hem voorgoed neergeveld.

Op 3 juni 1926 stierf hij. Op zijn sterfbed lag hij in priesterornaat. Men las op zijn wezen: "Ik heb gedaan wat ik moest doen. Mijn leven was gevuld van goed werk. 't Heb al de mensen liefgehad, 't heb ze geholpen, opgebeurd, getroost, de nederigsten het meest".

Bij het vernemen van zijn dood was de verslagenheid onder de bevolking algemeen. Nu begreep men nog beter wie was heengegaan. Een stille kracht! Een nederig priesterhart!

Dinsdagmorgen 8 juni 1926 werd E.H. Pype ten grave gedragen. Iedereen was er aanwezig: ministers, overheden, geestelijken, officieren, cadetten en een onafzienbare menigte uit alle standen en ambten.



VERSLAG UIT DE ZEEWACHT VAN 11 JUNI 1926

"Dinsdagmorgen, somber weer. De mijn is gesloten. Vele vlaggen hangen half top aan de huizen en op de vaartuigen.

Rond 9 uur stroomt het volk naar de straten langs waar de stoet zal voorbijtrekken. De wezen van de H. Vincentius a Paulo, de Germana, de Vrije Vissersschool worden gerangschikt.

Aan het sterfhuis was er grote toeloop van het volk. De afvaardigingen van maatschappijen met omfloersd vaandel zijn talrijk. De vlagge van "'t Zal wel gaan" met een dikke schaar vissers is aanwezig. Een compagnie van het 3' Linie, de bemanning van de " ZINNIA", de leerlingen van het schoolschip "COMTE DE SMET DE NAEYER" nemen plaats.

De fanfare van de katholieke Burgerbond stelt zich aan het hoofd, voorafgegaan van de gendarmen. Aan het sterfhuis, een grote toeloop van vrienden.

Onder hen, Minister Boels, senatoren Hamman en Van Vlaenderen, schepen Elleboudt, provincieraadslid Dupont, raadsleden Vandermeulen, Cornelis, Daems, Kolonel Losange met de majoren Clement en Glorie, De Sutter, vertegenwoordiger van de Heer Gouverneur; bestuurder Smits, met als officieren van het Zeewezen professor Gilson, talrijke geestelijken van Oostende en de Provincie. Evenals talrijke vooraanstaande vrijzinnige personen".

REDE UITGESPROKEN DOOR MINISTER BAELS

"Wij zullen hem dus nimmer meer zien! Niet meer den schonen kop waarover zoveel adel gespreid lag. Niet meer dan fijnen glimlach waaronder zoveel sappigs speelde. Niet meer de hoge gestalte lichtjes gebogen, herkenbaar van heinde ver.

Oostende heeft zoveel meer dan een welbekende figuur verloren. Hij was als een vorst, hij was als een Koning hij was meer dan dit, hij regeerde over de harten, want alle harten had hij gewonnen. Ieder op aarde heeft vrienden en vijanden. Paster Pype is ene uitzondering.

Nergens zal iemand worden aangetroffen zo algemeen bemind, zo éénparig bewonderd, zo door iedereen aanbeden.

In hem huldig ik de man der goedheid. In hem huldig ik de man van de zee.

In hem den hartstochelijken vriend van het vissersvolk.

Een hemelse goedheid was de zijne.

Iets zo rein, zo zacht en pakkend dat een ogenblik pratend met vader Pype U blijde van gemoed stemmen deed en U een indruk gaf van vrede en rust die over en rond hem zweefden. Goedheid in zijn gebaren, zijn minnelijke hoed afnemend, honderd malen bij het opstappen ener straat, voor groten en kleinen.

Goedheid in zijn raadgevingen, kalm en diep weg in zijn redeneren, in zijn overwegen, immer zijn gedacht verdedigd doch zonder de minste vooringenomenheid met de minsten eerbied voor een ander gedacht.

Die man had mensen leren kennen, die man had andere volkeren gezien, die man was verdraagzaam, zoals het ten andere betaamt.

Verdraagzaamheid is een gevolg van goedheid en liefde. Wie hem afluisterde, toen hij sprak met de kleinste van de "boutjes", met de nederigste der vissers, die moest in zijn spraak en woorden en stemklank iets engelachtigs vernemen.

Wie heeft hem nog in de Vissersgilde nagekeken, hetzij aan het kaarten, hetzij ternidden van zijn volksfeesten, hetzij wanneer men hem kwam lastig vallen over een of ander geschil?

Vader Pype was een engel van goedheid. Alles, maar tot het laatste, alles ging van hem heen uit uitzinnige liefdadigheid en dit sedert jaren. Want sedert jaren was zijn kleed versleten en " vergroend.”

De man van de zee... en niet alleen de zeeman. De zee was zijn geliefkoosde woonst, daar was hij thuis en wanneer hij als aalmoezenier op den kruiser een nieuwen tocht moest maken, kon hij moeilijk zijn genoegen verbergen; en hij schuddebolde dan en smekte.

0! Degenen die de zee begrijpen met haar warme betekenis! Diegenen die haar ingrijpende stern en haar immer gewijzigde kleuren verstaan, haar kabbelen, haar weegezang en haar jubelgedreun; diegenen die in haar een wereld en in ieder vaartuig een persoonlijkheid zien, deze weten wat Paster Pype gevoelen mocht, hij die de zee hartstochtelijk liefhad.

Maar niet alleen was hij de gevoelensman en de kunstenaar, maar ook de vakman, met de kennissen van het zeemanschap. Maar ook de wetenschappelijke zoeker, die, in de diepten van de oceaan het leven der vissen wou nakijken.

Van dicht heb ik hem gezien en van jongsaf zijn lessen zien geven aan de jongeren uit de visserij: kompas, peilschaal, kaarten, zonneschieten, netten breien! Dit waren lessen! En dat was een leraar!

Die wijze van de jonge bengels te doen nadenken, het waarom van iedere bewerking op te zoeken, dit was echt meesterlijk! De visserij als bevolking en als nijverheid heeft hem oneindig veel te danken.

Zijn Vrije Visserschool, een voorbeeld van kunde en methode, zijn wijze opleiding van scheepsjongens en lavers (vissersleerjongens), zijn gedurig in gesprek zijn met andere vissers en stuurlieden met het doel hen op de hoogte te houden.

Zijn uitgaven van werkjes die echte juwelen zijn der pedagogie; dit zijn factoren zonder dewelke nooit de visserij tot haar huidige betekenis had kunnen geraken.

Duizenden vissers hebben aan Pype hun kennis te danken. En dit alles deed hij uit liefde voor zijn vissers.

Allen waren echte broeders van hem. Geen kwaad kon hij over hen dulden. Geen fout bij hen of ze werden onmiddellijk weggevaagd door een hoedanigheid.

Hij droeg ze in zijn hart! En zijn hart was groot als een zee. Paster Pype! Geen mens is op onze kust zo vereerd geweest als U in het diepste van zijn gemoederen. Legers van mensen hebben bij U troost en hulp of vreugde gezocht tijdens uw leven.



Honderden gingen voorbij uw nederige priesterkist. Oostende is haar grootste burger kwijt; de zee verliest haar vurigste bewonderaar, de vissers verliezen hun trouwste vriend!

Uw ziel, Vader Pype, wake over hen, na dat zij, parel van schoonheid, door de Majesteit der goedheid eeuwig verlicht wordt".

 

Tekst: Dirk Demaeght

 

Schrijnend: Beschermde 'Paster Pype' werd gesloopt!

 

© Richard Wisse

Op 10 Juli 2011 werd in alle stilte het schip 'Paster Pype' uit het Vuurtorendok weggesleept en naar de sloopwerf 'Van Heyghen' in Gent gebracht. Zo werd een beschermd monument, deel van ons maritiem erfgoed tot schroot herleid.. Il faut le faire!

 

Op 3 april 2003 ondertekende toenmalig Vlaams minister Paul Van Grembergen het decreet tot bescherming van het varend erfgoed. Dankzij die handtekening kon de 'Paster Pype' worden beschermd en kon het rekenen op Vlaamse subsidies om te worden gerenoveerd.

Om dit waardevolle bouwwerk te bewaren als deel van het nationaal maritiem erfgoed werd de vzw Paster Pype opgericht. Samen met de vzw Maritieme Site Oostende werd gestart met de renovatie van de 'Paster Pype' . In de loop van 2005 zou het schip in zijn oude glorie hersteld moeten zijn en opnieuw zeewaardig worden verklaard. De 'Paster Pype' was het eerste schip dat dankzij het nieuwe decreet een nieuwe toekomst ging krijgen. Het was de bedoeling om het schip na de renovatie te gebruiken voor maritieme initiatie van de jeugd. Helaas werden de subsidies afgebouwd, en tenslotte stopgezet.. en bleef het stil rond de 'Paster Pype'. Té stil, zo blijkt nu.

De 'Paster Pype' had een grote historische waarde. Het werd in 1948 gebouwd op de Boelwerf te Temse en was een van de oudste varende schepen die in België werden gebouwd.

foto: Neptunus


Het schip was bijna een exacte kopie van de eerste 'Paster Pype' die 1939 op de werf van Cockerill werd afgewerkt. Het werd toen in dienst genomen door de Belgische marine als hydrografisch schip, en was voor zijn tijd enorm vooruitstrevend uitgerust.

Op de vlucht voor de bezetters in 1940, strandde het schip met bestemming Engeland wegens brandstoftekort op een golfbreker voor de kust van Dieppe, Frankrijk. Zo viel het nagenoeg ongeschonden in de handen van het Duitse leger, die versteld stonden van de gebruikte technologie aan boord . De vijand zette vervolgens de 'Paster Pype' in als 'vorpostenboot' en begeleider van konvooien. In maart 1942 werd het schip tijdens een storm voor de kust van een Oost-Fries eiland op een zandbank geworpen en in stukken geslagen.

Na de oorlog bestelde de Regie van het loodswezen een bijna identiek schip bij de Boelwerf. Het kreeg een koppel exclusieve diesel-elektrische motoren ingebouwd, en werd tevens als 'Paster Pype' gedoopt toen het in 1949 - uitgeleend aan de Belgische marine- in de vaart genomen werd. De naam 'Paster Pype' was een eerbetoon aan de aalmoezenier, die zich eind 19de eeuw het lot aantrok van de arme Oostendse vissersbevolking en er in slaagde voor hen een opvangcentrum en een schooltje op te richten.

De 'Paster Pype' kreeg de opdracht de zeebodem voor de Belgische kust in kaart te brengen. Ten behoeve van de loodsen werden ook de zandbanken opgemeten en in kaart gebracht. Het hydrografisch schip peilde ook geregeld de vaargeulen van de Oostendse en Zeebrugse haven. Daarnaast werd het schip ook gebruikt voor het opleiden van loodsen.

In 1985 werd de 'Paster Pype' vervangen door een moderner schip: de 'Ter Streep'.

De 'Paster Pype' werd in 1986 uitgeleend en gedurende vele jaren ingezet voor de opleiding van het Koninklijk Marine Kadettenkorps. Het schip werd 'Stroombank' genoemd en 
het voer als schoolschip in de zuidelijke Noordzee en het Kanaal. Maar in 1997 werd het 
schip onzeewaardig geacht. Het werd terug herdoopt in de 'Paster Pype' en werd geparkeerd in het Vuurtorendok.


Het schip was onder meer te zien in een aflevering van de Vlaamse tv-serie 'Windkracht 10' en in de film 'La tempête' van regisseur Bertrand Arthuys.

De 'Paster Pype' maakte deel uit van de Vlaamse Vloot. En de Vlaamse Vloot wordt beheerd door de Afdeling Vloot (AV) van de administratie Waterwegen en Zeewezen, op haar beurt ressorterend onder het Departement Leefmilieu en Infrastructuur (LIN) van de Vlaamse Gemeenschap. Dit departement is ontstaan uit het vroegere federale Ministerie van Verkeerswezen, dat reeds van in de 19de eeuw onder meer de ferry’s en de loodsboten uitbaatte. In 1972 werd bij wet de RMT (Regie Maritiem Transport) opgericht, die het beheer en de exploitatie van de ferrylijnen op zich nam. Tevens leidde dit tot een afsplitsing van alles wat met loodsdiensten en bebakening te maken had. Na de regionalisering (1988) en het opdoeken van de RMT (1997) kwam er een herverdeling van de taken, die leidde tot de oprichting van de Afdelingen Vloot, Loodswezen en Scheepvaartbegeleiding.

De taken van de Afdeling Vloot zijn :
• Loodsen afhalen en aan boord brengen van te beloodsen schepen
• Verstrekken van logies voor loodsen op zee en aan wal
• Vaarwegen op zee, op de Schelde en aan wal markeren
• Hulp verlenen bij noodgevallen op zee
• Overzetboten inzetten op de Schelde en op de andere scheepvaartwegen.
• Bemande en bedrijfsklare vaartuigen ter beschikking stellen aan derden (douane, scheepvaartpolitie, hydrografie en wetenschappelijk onderzoek)

De Afdeling Vloot beschikt over 477 personeelsleden en een technische infrastructuur van 49 vaartuigen, 273 boeien, 44 havenvuren – lichtenlijnen – signalisatiepanelen en 11 technische gebouwen.
De vloot van 49 schepen dient verschillende gebruikers en doelen en bestaat uit:

4 loodsboten, 25 rede-, politie- en douaneboten, 3 reddingsboten, 1 zeesleepboot, 3 boeienleggers, 6 hydrografische schepen, 3 veerboten.
De totale nieuwbouwwaarde van de Vlaamse vloot wordt geschat op bijna 87 miljoen euro.

Ook inbegrepen in de Afdeling Vloot zijn de 4 schepen die deel uitmaken van ons maritiem erfgoed:
de Mercator, de Paster Pype en de twee Westhinders.


'Paster Pype' in 2007 (foto: Jan Volbrecht)


Het is erg pijnlijk om vast te stellen dat de stad Oostende en de Vlaamse Gemeenschap er in slagen om moedwillig een stuk beschermd maritiem erfgoed te laten vernietigen. Het getuigt van bitter weinig respect ten aanzien van de ganse bevolking om niet de minste inspanningen te hebben gedaan om de 'Paster Pype' blijvend te onderhouden. En wie zal het de jeugd uitleggen? Men ontneemt onze huidige en toekomstige generaties een historisch belangrijk, mooi en interessant monument. Nog schrijnender is te weten dat de 'Paster Pype' ging dienen voor maritieme initiatie van de jeugd..

 

'Paster Pype' in 2011

 

Wij kunnen nog steeds niet goed vatten dat men van de slechts vier(!) beschermde varende monumenten, al 1 schaamteloos laat verroesten én zelfs naar de schroothoop brengt. Een plaatsvervangende schaamte maakt zich alvast van ons meester.. Moeten we nu met de schrik zitten dat morgen de Mercator of één van de twee Westhinders opeens in het geniep zal worden weggesleept en vernietigd?

Wie is verantwoordelijk voor de sloop van de 'Paster Pype'? En heeft diegene die het lef heeft om beschermd historisch gemeengoed te vernielen ook de moed om zich kenbaar te maken en om openbaar te vertellen waarom?!


* In onze downloadruimte vind je een uniek document over de 'Paster Pype' uit het magazine Neptunus (van de Belgische Marine).