Over bezwaarschriften oosteroever

Onderstaand Artikel werd gepubliceerd op de blog van Oostendenaar Joerie Osaer op 21 september 2011


Bezwaarschrift tegen de Oosteroever

 

In het kader van het ambitieuze woonplan op de Oosteroever wordt er een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning gedaan voor het pand op de hoek Hendrik Baelskaai 12 - Fortstraat te Oostende. De aanvrager is de NV Oosteroever, die er in opdracht van het autonoom gemeentebedrijf van de Stad Oostende (AGSO), een appartementstoren wil bouwen. De toren zou 14 verdiepingen tellen en daarmee bijna even hoog zijn als de vuurtoren. Dit gebouw dient als introductie voor de start van een groot bouwoffensief, het grootste ontwikkelingsproject in jaren aan de Belgische kust, wat moet resulteren in 1.200 woonappartementen op de Oosteroever met nagenoeg allemaal zicht op zee. De bouwpromotor zelf heeft het over de omvorming van het Oosteroevergebied tot volwaardig stadsdeel door de uitbouw van een hypermoderne city op deze site.

 

De vzw Oostendse Oosteroever, een kritische denktank voor wat reilt en zeilt in de Oostendse haven - in het bijzonder wat betreft de site Oosteroever, is gelukkig erg alert over de huidige gang van zaken. Zo stelden zij tal van onregelmatigheden vast in de eerste bouwaanvraag voor de supertoren. Om een en ander uitgeklaard te zien, gaan zij dan ook een bezwaarschrift indienen.

Het bezwaarschrift kan integraal overgenomen worden van hun website; voor wie zelf een aangepast bezwaarschrift wil indienen, werd een voorbereidend document voorzien dat met eigen opmerkingen kan worden aangevuld. De verzamelde bezwaarschriften worden voor 30 september 2011 op het Oostendse stadhuis afgegeven door de vzw Oostendse Oosteroever.


Alhoewel ik geen inwoner ben van de Vuurtorenwijk, voel ik mij hier als Oostendenaar toch sterk bij betrokken. Bovendien vrees ik dat ook mijn belang door dit ambitieuze woonproject schade kan ondervinden. Ik heb dan ook beslist om een bezwaarschrift in te dienen, aangevuld met een aantal eigen argumenten. Deze zijn minder technisch en meer ideologisch van aard, maar mijns inziens daarom niet minder belangrijk. U vindt ze hieronder terug:

  • Met dit ambitieuze woonplan heeft Oostende de kiemen gezaaid voor méér sociale ongelijkheid en aldus structureel geïnvesteerd in de groei van nieuwe concentratiewijken. Door de markt niet optimaal te laten spelen, richten bouwpromotoren zich overduidelijk op een andere niche dan de gewone Oostendenaar. Met ongekende vastgoedprijzen als gevolg: 200.000 tot 800.000 euro voor een appartement in Baelskaai 12, de eerste woontoren op de Oosteroever. Geen wonder dat een groot deel van de bevolking afhankelijk blijft van de (sociale) huurmarkt. Wat jammer is, want de aankoop van een woning werkt net versterkend voor de economische positie. Het gevolg wordt een segregatie van de bevolking; in plaats van te streven naar een gezonde, sociale mix. En dat terwijl Oostende nu al kreunt onder de sociale problematiek.
  • Spontaan gegroeide orde binnen het stedelijk weefsel, met een optimaal huizenaanbod, staat tegenover de verstoorde marktwerking van een centrale stadsplanning. Een van de grootste critici van gecentraliseerde stadsplanning is Jane Jacobs. Op het Internet is het volgende te lezen over haar (en ik citeer de originele, Engelstalige tekst):

'American city planner and critic. Believing cities provide the foundation for civilization, she made her name with The Death and Life of Great American Cities (1961), a sustained attack on the ‘urban renewal’ being promoted by architects and centralized agencies, arguing that such policies were killing the living organism that was the city, and demanding a new respect for self-generating urban forces to create social and economic diversity and well-being.'

  • Vanuit haar visie op steden als levende organismen, pleit Jane Jacobs voor een grote verscheidenheid aan gebouwen (oud, nieuw, erfgoed, verschillende materialen) en inwoners (oud, jong, gezinnen, kapitaalkrachtig, eenvoudige middenklasse) om zo tot een levende en bruisende stad/buurt te komen waar verschillende inwoners verschillende onderdelen van de stad op verschillende tijdstippen gebruiken; zodat er geen slaapstad ontstaat die enkel op bepaalde ogenblikken en dan nog enkel voor een beperkte groep gebruikers actief is. Het was haar mening (en ook de mijne) dat dit enkel kan als inwoners en lokale ondernemers de stad van onderuit opbouwen en vorm geven.
  • Als bijkomende kritiek op centrale stadsplanning citeer ik graag uit een reactie van Robinson Crusoë op de website van vzw Oostendse Oosteroever:
'Gebouwen tegen de vlakte gooien en inruilen voor luxeappartementen, dat kan het kleinste kind. Maar vooraf nadenken, overleggen en rekening houden met de bestaande nijverheid en omwonenden? Bestuderen hoe men op de Oosteroever natuur, historiek, het maritieme gebeuren, wooncomfort, het erfgoed en de lokale economie efficiënt kan verzoenen? Neen, dat is niet de stijl van onze beleidsploeg. Het kan helaas nog een stuk frappanter. Het Oostends stadsbestuur lijkt er ongestraft in te slagen om de plaatselijke visserij dood te knijpen. De grote stad aan zee, waar vissersschepen sinds eeuwen hun verse vis aan land brengen, veegt zijn eigen vissers onder het tapijt. In menig zeemansgraf draait men zich om! De honger naar beton en centen helpt zelfs de eigen ideologieën verloochenen. Geen enkel sociaal-maatschappelijk engagement wordt aangegaan met de eigen bevolking. Niet te betalen appartementen, een zwembad per 3 verdiepingen, dat is nu wel het laatste waar een Oostendenaar nood aan heeft.'
  • De gigantische hoogbouw is een flagrante aantasting van het unieke karakter van de Oosteroever. Er zijn nochtans genoeg voorbeelden te vinden van hoe het anders kan. De Wever heeft zijn Dalrymple, geef mij op de eerste plaats maar de gebroeders Das. Eerder op deze blog had ik het al over hun vernieuwend heuvelbouwconcept; waarmee ze een meervoudig gebruik maken van de beperkte ruimte, in harmonie met mobiliteit, ecologie, economie en een sterk vergrijzende demografie. Met heuvelbouw neemt de bewoonbare oppervlakte ook exponentieel toe. Bovendien biedt het volop ruimte voor creatieve architectuur, wat hier niet het geval is. Laat het duidelijk zijn dat ik de mening van de bouwpromotoren over de baanbrekende architectuur van dit project absoluut niet deel.
  • Het onteigenen van private eigendommen valt, zoals we hierboven hebben kunnen vaststellen, op geen enkele manier te verantwoorden vanuit het streven naar een breder maatschappelijk belang. Het is een bijzonder ernstig precedent en een imminent gevaar voor de individuele vrijheid als een bestuur haar macht op deze manier misbruikt. Martin Anderson, auteur van The Federal Bulldozer en een belangrijk criticus van centrale stadsplanning, kwam na tientallen gesprekken met lokale politici tot een onthutsende vaststelling die ook vandaag in Oostende nog steeds dreigt op te gaan:

'They were not seriously concerned with the poor people living in the areas they had tentatively marked for renewal; they were not concerned with any personal gain; they were not even very concerned with getting a substantial amount of cash from the rest of the taxpayers via Washington. But they were concerned with power.'

  • James Bovard, auteur van Feeling Your Pain: The Explosion and Abuse of Government Power in the Clinton-Gore Years stelt het onteigenen van private eigendommen nog duidelijker aan de kaak:
'To allow the government practically unlimited control and jurisdiction over private property is to give politicians and bureaucrats almost unlimited power to intervene in private lives. We face a choice of private property or political subjugation. Citizens can either be treated like owners — or they can be treated like serfs.'
 
 
 
 
tekst en bron: Joerie Osaer  http://joerieosaer.blogspot.com/