Patrimonium & erfgoed op de oosteroever

 

1. RYCO YACHTCLUB. Het clubhuis van de Ryco Yachtclub werd ontworpen door architect G. Hobe (°1854+1936). Hij gebruikte het gebinte van het museum van de dierentuin. Het clubhuis werd in 1906 ingehuldigd en kostte toen 125 000 BEF. Gedurende WO II deed het gebouw dienst als legerlogement voor de bemanning van de Duitse torpedoboten (S-Bote). De toren was voorzien van afweergeschut en zoeklichten. Tijdens baggerwerken in 1944 zakte het gebouw 15cm aan de zuidzijde. Sinds 2002 is het gebouw geklasseerd.

foto's: (c) Noël Pieters

2. SPUIKOM. Ir Pierre De Mey was hoofingenieur-directeur van Bruggen en Wegen en vertouwensman van Koning Leopold II voor kust-en havenwerken. Onder zijn leiding werd de huidige spuikom gegraven(df.Vicognedijk) samen met het spui-sluizencomplex. Spuien betekent na bij hoog water een spuikom te laten vollopen, dit water bij laagtij lozen om de aanslibbing van het vaarwater weg te spoelen. Ir. De Mey pleegde zelfmoord toen hij bij de eerste spui-proeven vaststelde onvoldoende rekening te hebben gehouden met de bochtige vaargeul, waardoor o.a. de Brandariskaai(huidige cruisekaai) dreigde in te storten. Momenteel doet het dienst als recreatieve waterpartij en oesterkwekerij.

3. SCHEEPSWERF IDP. Geen auto's zonder garage - geen haven zonder scheepswerven. Scheepswerf IDP herstelt en bouwt schepen sedert 1922. Lang geleden de Ijslandvaarders, nu de hedendaagse vissersschepen, yachten, ferries, werkboten en zelfs de Mercator. Momenteel wordt in de werf een nieuw hydrografisch schip gebouwd.

4. HARINGMIJN. De voormalige Haringmijn gebouwd in 1949 is een betonnen constructie. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht op het Visserijdok en de, aan de overkant gelegen, Hendrik Baelkskaai

5. SCHIP PASTER PYPE. Paster Pype (°1854 - +1926) was een Oostends historisch figuur die zich als 'Aalmoezenier ter Zee' inzette voor de vissers. Het naar zijn naam genoemde schip werd in België gebouwd. Het deed aanvankelijk dienst als hydrografisch schip en later als opleidingsschip voor de leerling zeeloodsen. In jaren 2000 ging men het schip volledig renoveren doch jammer genoeg werden hiervoor niet genoeg subsidies vrijgemaakt waardoor het in verval aan het geraken is.  -> UPDATE: Schrijnend: Beschermde 'Paster Pype' werd gesloopt!

6. EVEREST IJSFABRIEK. Opgericht in 1961. In 1968 kende de ijsfabriek zijn volle bloei met een wekelijkse productie van: 3000 zakken ijs voor de vismijn en 300 ton ijs voor de schepen. In 1979 werden 2 ijsmachines erbij gezet om aan de vraag te voldoen. Door het toekennen van subsidies voor de afbraak van de vissersschepen, en door het plaatsen van ijsmachines aan boord van de nieuwbouwschepen was de teleurgang ingezet. De naam EVEREST verwijst naar de Mount Everest, omdat de ijsfabriek het hoogste gebouw is aan de kaai. Sedert 3 jaar is dit merkwaardig gebouw de huisvesting van het architectenkatoor Que Mas.

7. ZEILJACHT TOMIDI. Deze 57,5 voet Whitbread Round the World Racer, ex-Rucanor, is de enige Belgische oceaanzeilracer die ooit 2 keer heeft deelgenomen in de genoemde prestigieuze race.(1985/86 met schipper Staf Versluys &1989/90 met schipper Bruno Dubois) Deze race wordt nu de Volvo Ocean Race genoemd. Het werd ontworpen eind 1984 door de Franse architect Guy Ribadeau-Dumas en gebouwd als een one-off WRTWR 85/86 op de werf Standfast Yachts bij Frans Maas in Breskens. In 1985 werd het te water gelaten. Dit jaar was het een deelnemer van de Tall Ship Race.

8. CAFE VEGEETJE. Daar in het kleine cafeetje aan de haven is een heel toepasselijke verwijzing naar het végéétje. Misschien kom je Johan Verminnen tegen? In 1959 stichtten Marcel en Simontje het winkeltje "VEGE ". Deze stonden in voor de bevoorrading van voedsel,drank, kledij en schoeisel voor de bemanningen van de vissersschepen. In jaren 70 werd het achtergelegen pakhuis verbouwd als cafe. Ze kreeg de naam Lighthouse. Daar komen de vissers na hun reizen stoere verhalen vertellen en worden er menige poesters en pintjes gedronken.

9. PAKHUIZEN. Merkwaardige pakhuizen met tondaken langs Victorialaan, zijn oude koel-en diepvrieshuizen.

10. WATERTOREN. De watertoren is gebouwd in 1930 ten behoeve van het toen door heraanleg sterk ontwikkelende oostelijke stadsdeel de OPEX-wijk. De toren is 35m hoog gebouwd en is van het "paddestoeltype" met een kuip die ruim breder is dan de voet. De achtzijdige voet is pirmidal, het cilindrische waterreservoir is voorzien van een inzetkuip van 600m3. Boven de rondboogdeur bevindt zich het stadswapenschild. Bovenop de kuip is een lantaarn omgeven door een balustrade.

11. GARNAALVISSER CRANGON. De Crangon is één van de vier laatst overblijvende houten garnaalvisvaartuigen in Vlaanderen. Het werd in 1966 op de werf De Graeve in Zeebrugge gebouwd. Willy Versluys heeft de Cragnon sinds 1990 in zijn bezit. Het schip heeft geen vislicentie meer doch het Ministerie van Landbouw voorzag een speciaal statuut met speciale vlaggenbrief, waardoor, zelfs met passagiers aan boord, toch nog op garnalen kan worden gevist binnen de kustwateren. Het schip is erkend als varend erfgoed, en wordt ingezet bij culturele manifestaties.

12. SCORPIO LOODSBOOT. Deze voormalige loodsboot doet momenteel dienst als verblijfplaats voor grote groepen.

13. ZEEMANSHUIS GODTSCHALCK. Dit rustoord gebouwd in 1924 met een legaat van Helena en Isabella Godtschalck, dochters van Jean-Eugene Godtschalck, commandant van de Belgische oorlogsmarine. Het testament van beide vermeldde dat er een gesticht moest worden gebouwd voor behoeftige en invalide zeelieden, matrozen en vissers.

14. FORT NAPOLEON. Na een 5 jaar durende restauratie is dit oude militaire bolwerk uit de tijd van Napoleon - goed verscholen in de duinen van de Oostendse Oosteroever - sinds 2000 toegankelijk voor het publiek. Een bezoek aan deze unieke locatie is telkens een verrassing. Laat je meevoeren doorgeen 2 eeuwen geschiedenis...

15. DIJKEN EN DUINEN. Deze dijk (Spinoladijk) werd naar de Spinola's genoemd. Een oud en schatrijk bankiersgeslacht uit Genua. Ambrogio Spinola was opperbevelhebber van de Spaanse troepen tijdens het Beleg van Oostende (1601 tot 1604). Zijn broer Frederico was vlootadmiraal en sneuvelde bij de slag bij Sluis.

16. REPLICA NELE. De Nele is een replica van een Oostendse tweemastsloep. Ze is gebouwd op de voormalige Maritieme site. Ze wordt wekelijks gebruikt voor excursies.

17. VUURTOREN LANGE NELLE. Lange Nellle is de vierde vuurtoren in de geschiedenis van Oostende en de derde op die locatie. Ze is 65 m hoog en telt 324 treden. Sinds 1949 leidt ze de schepen veilig de haven binnen. De lichtsignalen- driemaal lang, het morseteken van "O"(van Oostende) verschijnen om de 10 seconden. Ze werkt volledig automatisch.

18. WALRADAR. De scheepvaartbegeleiding ondersteunt en coördineert o.a. de hulpverlening op zee. Samen met de Nederlandse collega's, de Schelderadarketen, zijn ze een van de meest geavanceerde systemen voor scheepvaartbegelleiding ter wereld. De keten omvat 21 onbemande radarsensoren en vijf bemande verkeerscentrales.    Twee van deze centrales liggen op Vlaams grondgebied, namelijk Zeebrugge en Zandvliet. Het beheer en onderhoud gebeurt in het Schelde Coördinatiecentrum in Vlissingen. De maritieme verkeersleiding in Oostende begeleidt de scheepvaart van en naar de haven en coördineert als kustwacht de hulpverlening op zee.

19. SEGHERS MSO. Op de voormalige scheepswerven Seghers bevindt zich MSO. Maritieme Site Oostende. Bedoeling was een sociaal tewerkstellingsproject te realiseren voor langdurige werklozen. Schepen als de Nele, Crangon e.a. werden er gebouwd of gerestaureerd. Jammer genoeg is dit project teloorgegaan. Zeker het bezoeken waard is de, op de site gelegen, bunker. Daar loopt een permanente tentoonstelling en is tevens een leuke bar.

20. STREKDAMMEN. Momenteel zijn werken bezig om 2 nieuwe strekdammen te bouwen. Deze zullen niet alleen instaan voor het verdedigen van de kustlijn tegen "de 1000 jarige stormen" doch ook voor een betere toegankelijkheid van de haven van Oostende.

21. OUDE SLIPWAY. De slipway is een droogzettingsinstallatie van 500 en 1000 ton. Gebouwd in 1931. De installatie wordt tot op vandaag nog altijd gebruikt in zijn oorspronkelijke staat.    Vooral voor het droogzetten , bij herstelling van meestal visvaartuigen en jachten.

22. BUNKERCOMPLEX. De Oosteroever maakte tijdens de WO ook deel uit van de Atlantikwall. Tal van bunkers werden er gebouwd. O.a. de Batterij Hundius - genaamd naar de commandant van een Duitse duikboot tijdens WO1. De duinen van de Oosteroever hebben altijd dienst gedaan als militair domein. Een eerste vermelding dateert van de tijd van het Beleg van Oostende. In de bunker naast MSO loopt een permanente tentoonstelling en kan er een glas worden gedronken. Zeker de moeite waard.

23. VISSERIJSLUIS. Deze sluis maakt de verbinding tussen de havengeul en het Visserijdok. Ze is uitgerust met 2 paar punt deuren. Hierdoor is het achtergelegen Visserijdok getijvrij. De punt van de deuren zal steeds wijzen naar de hoogste waterstand. Een unieke beleving zeker wanneer er schepen worden versluisd.

24. OMS OCEANOGRAFISCH METEOROLOGISCH STATION. Het OMS houdt zeven dagen op zeven het weer en het getij aan onze kust en de vaargeulen naar de Westerschelde en kusthavens nauwgezet in het oog. Voor de bemanning van het OMS doet de afdeling Kust een beroep op een team van zeven gespecialiseerde mariene meteorologen van het KMI.

25. VISMIJN. De vismijn werd gebouwd in 1929 en in gebruik genomen in 1934. De magazijnen zijn 336 m lang. Momenteel kan men er de permanente tentoonstelling Visserskoppen van fotograaf Stefaan Vanfleteren bezoeken.

26. SPROTKOT. Merkwaardig rond gebouw met torentje behoorde tot de vismijn. In dit gebouw werden de visveilingen gedaan met een elektronische klok.

27. PAKHUIZEN. Oude netten- en touwfabriek van Ostend stores - La Mouette, was ook de zetel van het Duits Consulaat.

28. MC CAIN. De voormalige fabrieksgebouwen van mc Cain zijn net zoals meerdere gebouwen een mooi voorbeeld van de architectuur van de nieuwe zakelijkheid. Zo typerend voor het karakter van de site Oosteroever en het Visserijdok.

29.REDERCENTRALE. De redercentrale neemt een actieve rol op binnen de Vlaamse visserijsector. De overkoepelende organisatie verdedigt de belangen van de leden, zowel groot als klein vlootsegment en onafhankelijk van welke vissershaven deze afkomstig zijn. In de maandelijkse publicatie van het informatieblad verstrekt de Redercentrale informatie aan haar leden met betrekking tot quota, wetgeving, marktsituatie, ontwikkeling binnen de sector, administratieve steun, enz...

30. VISSERIJDOK. Het Visserijdok, gebouwd in 1922, vormt de ziel van Oosteroever en de ruggengraat waarrond al deze activiteiten zich bevinden en kunnen bloeien. Spijtig genoeg heeft het havenbestuur van Oostende plannen om dit dok voor meer dan 1/3 te dempen. Een plan dat kost wat kost moet vermeden worden wil men deze unieke site behouden. De vzw Oostendse Oosteroever voert hiertegen reeds jaren strijd.